Muziek

6 colleges van 2 uur
woensdag 14.30-16.30 uur
data:
12-12-2018
19-12-2018
9-1-2019
16-1-2019
23-1-2019
30-1-2019
kosten: € 150,00

Geert C.A.M. Christenhusz

(Oldenzaal, 1949), studeerde Schoolmuziek-B en Cultuurgeschiedenis. Hij was docent aan de muziekfaculteit en lid van het lectoraat van ArtEZ Hogeschool, gastdocent aan Saxion Hogeschool, aan de Hochschule für Musik Franz Liszt (Weimar) en theoriedocent aan de Musikhochschule van de WU-Münster. Geert componeert en schrijft poëzie en muziektheaterstukken; hij studeert muziekwetenschap aan de UU. Hij ontving de Cultuurprijs Culturele Raad Oldenzaal, de onderscheiding H. Willibrord voor kerkmuziek en is Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij is naamgever van de Christenhusz Theaterprijs.

Muziek voor ‘Volk & Vaderland’

Wat hebben de volgende personen met elkaar gemeen, behalve dat zij uit de tweede helft van de 19e eeuw stammen en dat het componisten zijn: Albeniz, Granados, de Falla, Turina, Dvořák, Smetana, Grieg, Sibelius, Glinka, Balakirev, Rimski-Korsakov, Moessorgski………..?

Het zijn allen componisten die tot een zogenoemde Nationale School behoren.

De 19e eeuw, die begon met de ondergang van Napoleon, was mede daardoor rijp voor lang onderdrukte nationale gevoelens. Het verlichte denken van de 18e eeuw had hier trouwens ook (te) weinig ruimte voor gelaten.

Laatnegentiende-eeuwse componisten lieten zich vaak inspireren door de volksmuziek van hun land, dichtten dat land heroïsche kwaliteiten toe en ontroerden hun luisterpubliek met klankvertellingen over de schoonheid van landschap en steden.

Soms kon een en ander ook kwalijke vormen aannemen, bijvoorbeeld door een aanwakkerend antisemitisme, zoals onder andere in Rusland, tegen de Joodse stichters van de conservatoria in Sint Petersburg en Moskou.

Pogingen om in Nederland tot een Nationale School te komen mislukten, daar zoals in veel andere landen, het muziekleven hier voornamelijk afgestemd was op de algemeen geldende normen van de Duitse symfonische traditie, het Franse impressionisme en de Italiaanse opera.

In 6 colleges wordt een paradigmatisch totaalbeeld geschetst van de 19e eeuw na Napoleon, waarbij de Nationale Scholen centraal staan en muzikale voorbeelden worden geanalyseerd en uitgediept, terwijl gepoogd wordt een antwoord te geven op de vraag: ‘Wanneer is er sprake van een Nationale School?’

Menu