Openingscollege

1 college van 2½ uur
vrijdag 14.30-17.00 uur
datum: 21-9-2018
kosten: geen, maar wel inschrijven

Geert C.A.M. Christenhusz

(Oldenzaal, 1949), studeerde Schoolmuziek-B en Cultuurgeschiedenis. Hij was docent aan de muziekfaculteit en lid van het lectoraat van ArtEZ Hogeschool, gastdocent aan Saxion Hogeschool, aan de Hochschule für Musik Franz Liszt (Weimar) en theoriedocent aan de Musikhochschule van de WU-Münster. Geert componeert en schrijft poëzie en muziektheaterstukken; hij studeert muziekwetenschap aan de UU. Hij ontving de Cultuurprijs Culturele Raad Oldenzaal, de onderscheiding H. Willibrord voor kerkmuziek en is Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij is naamgever van de Christenhusz Theaterprijs.

Het wezen van muziek

“Tönend bewegte Formen sind einzig und allein Inhalt und Gegenstand der Musik”, zo omschreef Eduard Hanslick (1825-1904) het wezen van muziek in zijn tractaat Vom musikalisch Schönen.

Eén en ander moet ook gezien worden als reactie op de pathetische wijze waarop in zijn tijd (de Romantiek) componisten als Richard Wagner (1813-1883) muziek gebruikten als bijwagen voor het overbrengen van gevoelens en gedachten, terwijl de vorm als mooie arabeske al voldoet.

Boëthius (ca. 480-525) onderscheidde veertien eeuwen daarvoor in zijn De Institutione Musica drie soorten muziek: Musica Mundana (muziek der sferen, vergelijk Pythagoras en Plato), Musica Humana (de heilige vocale muziek van de kosmos) en Musica Instrumentalis (hoorbaar via menselijke stem en instrumenten).

Friedrich Nietzsche (1844-1900) zag muziek in zijn Die Geburt der Tragödie als de meest ‘dionysische’ der kunsten en volgens Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) is muziek eigenlijk geen kunst: “zij staat daarvoor te laag op de trap van het natuurlijke”.

In onze tijd wordt vaak de oneliner Muziek is emotie gebezigd.

Buiten het feit dat de functie van muziek per cultuur en per cultuurtijdperk kan verschillen, staat vast dat muziek bestaat uit een aantal zogenoemde parameters (basiselementen) zoals melos (toonhoogte), ritme, maat, harmonie en dynamiek die afhankelijk van (muzikale) cultuur, tijdperk, genre en stijl worden toegepast om tot een vorm te komen. Dit kan door componeren of improviseren.

Wat muziek nu wezenlijk is, hoe zij ontstaat, welke taal zij spreekt om ons te ‘bereiken’ en hoe zij in staat is ons te ‘beroeren’, zowel in het klassieke-, als ook in het jazz-, of pop-genre, daarover gaat dit college.

Menu